Twee, is dat we ons zorgen maken of onze huurders de huur nog wel kunnen betalen. We hebben in de eerste week van de coronacrisis een bericht uitgedaan om contact op te nemen bij te verwachten betalingsproblemen. Maatwerk werkt, en is zorgvuldig omgaan met het geld van álle huurders.
Drie: moeten wij de huren wel verhogen per 1 juli? Onaangenaam, nu zeker. Maar als we dat niet doen, waar gaan we dat van betalen? Het geld groeit ook ons niet op de rug. Bezuinigen op onderhoud? Op leefbaarheid? Minder woningverbetering of nieuwbouw?
Want, vier: we moeten de sociale nieuwbouw niet alleen aan de loop houden, maar juist nu ook aanjagen. Dat helpt niet alleen tegen het woningtekort, maar houdt ook de bouw aan de loop, en daarmee de economie. Bouwen tegen de crisis.
Niet dus zoals tijdens de vorige crisis, toen de corporaties werden opgezadeld met een verhuurderheffing waar we nu nog de naweeën van ondervinden: te weinig sociale huurwoningen, te hoge huren, te weinig geschoold personeel in de bouw. De wooncrisis.
Gemeente en corporaties uit Groningen schreven in die tijd een brief aan minister Blok waarin we voorrekenden dat we zonder verhuurderheffing door zouden kunnen gaan met bouwen. We rekenden voor dat ook het Rijk per saldo financieel beter af zou zijn door de extra belastinginkomsten van al die nieuwbouw. Echt!
We kregen een kort briefje terug van Blok: Nee, want ‘wij rekenen niet met inverdieneffecten’. Ja hallo, dat is precies het probleem! De wooncrisis van nu, is de schuld van het beleid toen. Zouden ze bijgeleerd hebben in Den Haag?
Ik stel nu de volgende deal voor. We schaffen de verhuurderheffing af. Het geld dat dit de corporaties scheelt, geven we voor de helft uit aan huurverlaging. De andere helft gebruiken we om veel geld bij te lenen en geven we volledig uit aan nieuwbouw en verbetering. Hier wordt ook het Rijk beter van: de extra belastinginkomsten en lagere uitgaven aan huurtoeslag plus de inverdieneffecten, wegen dik op tegen de weggevallen verhuurderheffing.
Het geld groeit ons op de rug, als we maar willen.